PHPP-invoer voorbereiden
PHPP-invoer voorbereiden. Verzamel geometrie, schil, installaties, klimaat en bronnen. The page must give the reader a usable method, checklist or decision rule
PHPP-invoer voorbereiden: een werkbare methode
De PHPP-berekening is geen eenmalige invuloefering, maar een iteratief ontwerpproces. U begint met het verzamelen van vier hoofdcategorieën: geometrie, schil, installaties en klimaat. Het doel is om de warmtevraag en warmtelast te kwantificeren, zodat u ontwerpkeuzes (raamgrootte, oriëntatie, isolatiedikte) kunt aanpassen tot de prestaties binnen de passiefhuiseisen vallen.
Geometrie: netto-oppervlakte volgens PHI-methode
De geometrie-invoer in PHPP is gebaseerd op de behandelde vloeroppervlakte (BVO), niet op de bruto vloeroppervlakte. Het Passive House Institute (PHI) definieert deze als de netto-oppervlakte binnen de thermische schil, gemeten aan de binnenzijde van de isolatielaag. Dit omvat alle verblijfsruimten, verkeersruimten en technische ruimten, maar niet kruipruimten, onverwarmde kelders of garages. Elk gebouwdeel (vloer, wand, dak, raam) krijgt een afmeting op basis van de binnenmaat. Gebruik een 3D-model of een nauwkeurige 2D-tekening om de oppervlakten te bepalen; een fout van 5% in de geometrie leidt tot eenzelfde fout in de warmtevraag.
Schil: U-waarden per bouwdeel met bron en jaar
Voor elk bouwdeel (massieve wand, houtskelet, dak, vloer op grond) voert u de U-waarde in. De U-waarde is de warmtedoorgang in W/(m²K). U haalt deze uit een productverklaring of een berekening volgens ISO 6946. Belangrijk: noteer bij elke U-waarde de bron en het jaar van de meting of berekening. De fabrieksopgave van een raam (Uw) is vaak 0,1-0,2 W/(m²K) lager dan de gemonteerde waarde door koudebruggen in de aansluiting; corrigeer hiervoor of gebruik PHI-gecertificeerde componenten (lijst op phius.org) die de gemonteerde waarde garanderen. Een massieve wand met een Rc van 6 m²K/W geeft een U-waarde van circa 0,15 W/(m²K); een triple-glas raam met warm edge-afstandshouder een Uw van ≤ 0,8 W/(m²K).
Koudebruggen: psi-waarden en bxi
Koudebruggen zijn thermisch zwakke plekken in de schil, zoals aansluitingen van vloer op wand, raam op muur, of dakrand. In PHPP voert u de lineaire warmteverliezen in als psi-waarde (W/(mK)). Gebruik een koudebrugatlas (bijv. van het PHI) of bereken de psi-waarde met Therm of Flixo. De bxi-waarde (koudebrugvrijheid) is de verhouding tussen het totale transmissieverlies en het verlies zonder koudebruggen; een bxi ≥ 0,85 is de PHI-eis (bron: Passive House Institute, 2023). In de praktijk is een bxi van 0,90-0,95 haalbaar met zorgvuldige detaillering. Een koudebrug van 0,01 W/(mK) lijkt klein, maar over 100 meter aansluiting is het 1 W/K verlies, dat kan 5-10% van de warmtevraag zijn.
Luchtdichtheid: n50-waarde
De luchtdichtheid wordt uitgedrukt in n50 (h⁻¹), het aantal luchtwisselingen per uur bij een drukverschil van 50 Pa. De PHI-eis is n50 ≤ 0,6 h⁻¹ (bron: PHI, 2023). In de praktijk wordt de n50 gemeten met een BlowerDoor-test. De ontwerpwaarde (vaak 0,3 h⁻¹) wijkt in de praktijk 0,1-0,3 h⁻¹ af door lekkages bij doorvoeren en aansluitingen. Voer in PHPP de ontwerp-n50 in, maar reken met een bandbreedte van ±0,2 h⁻¹ om de gevoeligheid te bepalen. Bij een n50 van 0,6 h⁻¹ is het infiltratieverlies circa 2-3 kWh/(m²a); bij 1,0 h⁻¹ wordt dat 5-6 kWh/(m²a), een groot deel van de warmtevraag.
Installaties: rendementen en energiebehoefte
PHPP vraagt per systeem (verwarming, koeling, ventilatie, warm water) het rendement en de energiebehoefte. Het ventilatierendement (WTW) is het rendement van de warmteterugwinning; een PHI-gecertificeerde unit haalt ≥ 80% (bron: PHI-certificeringscriteria, 2023). Het opgegeven rendement (85-90%) daalt in de praktijk naar 70-80% door drukverlies en onbalans. Voer het gecorrigeerde rendement in, niet het fabrieksrendement. De warmtepomp krijgt een COP bij standaardcondities (A7/W35) en een jaargemiddelde SCOP op basis van NTA 8800 of de PHI-methode. Een lucht-luchtwarmtepomp heeft een SCOP van 3-4 in Nederland (bron: RVO, 2024). Voor warm water gebruikt u een aparte warmtepompboiler of een zonneboiler; PHPP rekent het verbruik op basis van het aantal bewoners (standaard: 25 liter/persoon/dag bij 60°C).
Klimaat: locatie en data
PHPP gebruikt klimaatdata per locatie uit de PHI-database (voor Nederland: De Bilt, of een specifiek referentiejaar). U kunt ook zelf data invoeren, maar gebruik dan een gestandaardiseerd jaar (bijv. NEN 5060 voor Nederland). Het klimaat bepaalt de graaddagen voor verwarming en de zoninstraling voor passieve winst. Een fout van 10% in de graaddagen (bijv. door een afwijkend jaar) geeft eenzelfde fout in de warmtevraag. Gebruik de standaarddata voor het ontwerp en voer een gevoeligheidsanalyse uit met +10% en -10% om de bandbreedte te kennen.
Bronnen: herleidbaarheid en documentatie
Elke invoer in PHPP moet herleidbaar zijn naar een bron. Dat betekent: een productverklaring met jaar, een meetrapport van een BlowerDoor-test, een berekening met Therm of Flixo, of een klimaatdatabestand. Zonder bron is de invoer een aanname en de uitkomst onbruikbaar voor certificering of garantie. De PHPP-berekeningsmethode is beschreven in de PHI-documentatie (Passive House Institute, 2023). Voor Nederlandse toepassing vertaalt Stichting PassiefBouwen.nl de criteria naar de praktijk (bron: Stichting PassiefBouwen.nl, 2024).
Controle: warmtevraag en warmtelast
Na het invullen van geometrie, schil, installaties en klimaat, geeft PHPP de warmtevraag (Qh in kWh/(m²a)) en de warmtelast (Ph in W/m²). De PHI-eis is Qh ≤ 15 kWh/(m²a) en Ph ≤ 10 W/m² (bron: PHI, 2023). Val de warmtevraag te hoog, dan moet u de isolatie verbeteren, koudebruggen reduceren, of de raamgrootte aanpassen. Val de warmtelast te hoog, dan is luchtverwarming niet meer toereikend en moet u een aparte warmtebron (vloerverwarming, radiatoren) voorzien. Het is een iteratief proces: u past de invoer aan tot de eisen zijn gehaald, maar controleert ook het zomercomfort (uren >25°C, max. 10% van de jaaruren volgens PHI).
Samenvatting: beslisregels
Gebruik deze beslisregels tijdens het voorbereiden van de PHPP-invoer: 1. Geometrie: meet binnenmaat, niet buitenmaat; scheid behandelde vloeroppervlakte van onverwarmde ruimten. 2. Schil: gebruik gemonteerde U-waarden, niet fabriekswaarden; noteer bron en jaar. 3. Koudebruggen: bereken psi-waarden voor elke aansluiting; streef naar bxi ≥ 0,90. 4. Luchtdichtheid: ontwerp op n50 ≤ 0,3 h⁻¹, reken met 0,5 h⁻¹ voor de bandbreedte. 5. Installaties: voer gecorrigeerde rendementen in; gebruik SCOP voor warmtepompen. 6. Klimaat: gebruik standaard PHI-data voor de locatie; voer gevoeligheidsanalyse uit. 7. Controle: iteratie tot Qh ≤ 15 kWh/(m²a) en Ph ≤ 10 W/m²; controleer zomercomfort.
Read next
- PHPP versus energielabel PHPP versus energielabel. Vergelijk doel, detailniveau, uitkomst en wettelijke rol. The page must give the reader a usable method, checklist or decision rule, n
- Passiefhuiscertificering Passiefhuiscertificering. Beschrijf ontwerpbeoordeling, bewijs, metingen en bevoegde certificeerder. The page must give the reader a usable method, checklist or
- Passiefhuisprincipes bij renovatie Passiefhuisprincipes bij renovatie. Werk gefaseerd met vocht, koudebruggen en EnerPHit-context. The page must give the reader a usable method, checklist or deci
- Een PHPP-cursus of passiefhuisopleiding kiezen Een PHPP-cursus of passiefhuisopleiding kiezen. Schrijf in het Nederlands. Vergelijk cursusdoel, softwareversie, voorkennis, oefenproject, docentkwalificaties,
- Passiefhuisprincipes Passiefhuisprincipes. This is a pillar page: orient the reader, compare the main choices, and route into its four focused guides. Editorial contract: Verbind co